Collage van opnames tijdens een concert van het Workshop Orkest Groningen o.l.v. Alan Laurillard op 18 september 1977 in Tivolie Eenrum (Groningen)

Solution

In 1972 verhuisde ik naar Groningen om Engels te gaan studeren aan de RUG. De keuze voor Groningen als studiestad was voor iemand uit Twente niet zo ongebruikelijk, maar bij mij speelde er nog iets anders mee. In een VARA-jongerenprogramma had ik Solution uit Groningen zien spelen en die mix van pop en jazz was precies, waar ik naar op zoek was.
In Enschede had ik in een sixties band gespeeld als sologitarist; op het laatst beschikten we over een Hohner Pianet, een simpele elektrische piano. Zo konden we ook blues en soulachtige nummers spelen en af en toe deden we zelfs een poging richting jazz met nummers als The Work Song. Ook had ik tijdens gospeldiensten al stappen gezet op jazzgebied met contrabassist Henk Bleumink en drummer Dries Bijlsma. [zie In Memoriam Henk Bleumink]
Via de muzikanten van Teach In, waarin ik een poosje basgitaar had gespeeld - in 1970, dus ver voor het songfestivalsucces DingeDong – kwam ik in contact met de Amerikaanse band Blood Sweat And Tears. Dat was ook een samensmelting van allerlei stromingen.

Langzamerhand kreeg ik de overtuiging dat stijlenmix de toekomst zou zijn van de muziek. Het samensmelten van allerlei stijlen was al door de Beatles in gang gezet. Ook in de klassieke muziek hadden in het verleden fusies plaatsgevonden, zoals bij Stravinsky, de Franse componisten Debussy en Ravel en bij Gershwin, denk bijvoorbeeld aan Le Sacre Du Printemps, Le Petit Nègre en Rhapsody In Blue. Daarom leek het me niet meer dan logisch dat dit proces verder zou gaan.

Solution combineerde harmonisch, ritmisch en melodisch interessante composities met ruimte voor improvisatie.
Dat wilde ik ook! Dus naar Groningen.

Amphion

De academische studie Engels bleek voor mij geen succes en na twee jaar switchte ik naar schoolmuziek - nu docent muziek - een lerarenopleiding aan het conservatorium. Eerst wilde ik dat nog combineren met een avondopleiding MO-A Engels, maar toen ik eenmaal op het conservatorium zat en er van alles op muziekgebied op mijn pad kwam, bleef het erbij en stortte ik me volledig op de muziek.
Een van mijn buitenschoolse activiteiten was de poging tot het vormen van een band á la Solution. De eerste formatie, die enigszins in die richting kwam, was Amphion met Alan Laurillard - sax en composities, Willie Veenkamp - drums, Kees de Jong - basgitaar en ik op Rhodes. Met nummers als Maiden Voyage van Herbie Hancock, Witch Hunt van Wayne Shorter en Crystal Silence van Chick Corea plus wat eigen werk was het weliswaar geen typisch bebopkwartet, maar door de lange solo’s werd het toch meer jazz dan rockjazz. Niet echt wat mij voor ogen stond, maar zoals John Lennon al zei: ‘Life is what happens to you while making other plans‘.
De Canadees Alan Laurillard bracht professionaliteit mee; dankzij zijn kennis van het jazz- en fusionrepertoire plus zijn inzet als arrangeur kwamen we verder dan mij tot dan toe was gelukt. Met dit kwartet hebben we hoofdzakelijk in het Groningse kroegcircuit gespeeld en ook een keer in jazzclub De Tor in Enschede. Van Amphion heb ik helaas geen foto’s of opnames.

Gronings Workshop Orkest

Op een repetitie van Amphion in 1975 vroeg Alan ons of we ervoor voelden de ritmesectie van het Gronings Workshop Orkest te vormen. Dit leerorkest onder zijn leiding was een concreet gevolg van de Nota Geïmproviseerde Muziek in Groningen die in opdracht van de Culturele Raad was opgesteld, aldus Eddy Determeyer in het Nieuwsblad van het Noorden. Wij voelden wel voor dit avontuur en al vrij snel kwamen de eerste optredens en openbare repetities, die vervolgens door Determeyer in de krant werden gerecenseerd.

Bedenk wel dat jazz in die tijd nog niet aan het conservatorium werd gedoceerd. Improvisatie was sowieso iets, waar op de muziekvakopleiding nauwelijks tot geen aandacht voor was. Organisten waren de enige klassiek opgeleide musici, van wie werd verwacht dat ze konden improviseren. Vreemd eigenlijk, want de bekende grote klassieke componisten als Bach, Mozart en Beethoven konden allemaal goed improviseren. In de loop van de jaren was het accent op de conservatoria helemaal verschoven naar de uitvoering van bestaande composities.

Oude Jazzcats

In het begin was de bezetting van het Gronings Workshop Orkest een bonte verzameling van oude en jonge jazzcats uit de Groninger scene met de saxofonisten Jenne Meinema en Diederik Ninck Blok en de trompettisten Edu Ninck Blok en Jan Groenendal. (De laatste was tevens degene die ooit standards uit het American Songbook vertaalde in het Gronings. Zijn vrouw, Janny Stalknecht, zong ze rond 1960 met het trio van broer Roelof en Laiverd Kom Weer Bie Mie (Lover Come Back To Me) kwam zelfs op de landelijke radio (zie ook Diezeg Laand).
De ritmesectie was veel jonger, net als de blazers Peter Tjeerdsma, Robert Veen, Hans Bosch, Jan Schoemaker, Harry de Wit, Kees Oosterwijk en Alan - saxen, Sybolt de Haan en Janny Pranger - trompet, en Joep Maessen en Wolter Wierbos - trombone. De bezetting veranderde nogal eens. Zo verving bassist Rob Kaptein Kees de Jong en later werd Rob weer vervangen door Gerard Ammerlaan. Niet alle wisselingen zijn mij bekend. Nadat ik eruit was gestapt in 1977, zijn er nog heel wat muzikanten aan- en afgehaakt.
De oudere, meer op swing en bebop gerichte muzikanten hielden het al snel voor gezien. Hoewel Alan ook aandacht besteedde aan traditionelere stijlen, stond de geïmproviseerde muziek met als groot voorbeeld Willem Breuker c.s. toch centraal. Ook Alans eigen composities gingen duidelijk in die richting, zoals bijvoorbeeld Song For Breuker. Voordat hij naar Eenrum in Groningen verhuisde, had hij al een verleden in de Amsterdamse scene in en rond het Bimhuis.

Experimenteerruimte

De muziek die het Gronings Workshop Orkest op de concerten speelde, bestond voornamelijk uit composities van Alan – mogelijk zie ik nu een of twee stukken over het hoofd die door anderen werden gecomponeerd.
Tijdens de concerten maakten we door het soort repertoire en onze presentatie een ongepolijste en anarchistische indruk, maar de partijen en arrangementen had Alan altijd keurig netjes uitgeschreven – alles nog met pen en papier!
Zijn productiviteit en discipline werden een voorbeeld voor me. Op de repetities had hij de leiding en door zijn initiatieven voor het repertoire en het regelen van concerten kreeg hij ook het respect van de muzikanten.
De pianopartijen waren niet extreem moeilijk en in de solo’s kreeg iedereen de ruimte om te experimenteren, waar ook ik naar hartenlust gebruik van maakte. Tijdens het concert in Eenrum, opgenomen door een onbekende, bleek de piano een halve toon te laag gestemd. Dat betekende voor mij, dat ik alles een halve toon hoger moest spelen. Bij moeilijker partijen was me dat niet zo makkelijk gelukt.


V.l.n.r. Alan Laurillard, Peter Tjeerdsma, Sybolt de Haan, Jan Schoemaker, Hans Bosch, Joep Maessen, Robert Veen

Fietspomp

De mentaliteit in de avant-garde jazzscene van de jaren zeventig was tolerant. Een open mind was een voorwaarde,
en vooroordelen of regels dienden afgeschaft of tenminste veranderd te worden. Bebop en swing waren te academisch geworden en werden door de aanstormende jonge honden afgedaan als old school en passé. In diezelfde periode speelde ik ook traditionelere jazz en easy-listening. Daarom ging ik niet helemaal mee in dit soort opvattingen. 
Door de vrijheid in de solo’s die het Workshop Orkest me bood, kreeg ik de kans om te experimenteren en ook om voor een grote formatie te schrijven, wat ik daarvoor nog niet had gedaan. Het stuk Krom was mijn eerste eigen compositie plus arrangement voor meerdere blazers, ritmesectie èn fietspomp.

Op een goed moment zat er tijdens de repetities een man met een fietspomp in de blazerssectie. Het was zo’n frame fietspomp om aan je fiets te klemmen. Als hij op het ventielgat blies en vervolgens de steel heen en weer bewoog, kwamen er loeiende glissandi uit. Tekenend voor de jaren zeventig mentaliteit was dat niemand van het orkest hardop vroeg, waarom de hij daar zat en meedeed. Je zou de verdenking op je kunnen laden niet over een open mind of genoeg tolerantie te beschikken en dan zou je ongeschikt zijn voor de avant-garde. Daarom schreef ik in mijn eerste stuk voor het Workshop Orkest ook een partij voor fietspomp. Met grafische notatie, wat heel duur klinkt, maar in feite neerkomt op een paar willekeurige kriebels.
Tijdens de opname in Eenrum had de fietspompenist het orkest al weer verlaten, dus ik kan helaas geen klinkend resultaat meer laten horen van zijn verrichtingen.


                          Een gedeelte uit de partituur van Krom                                                     De fietspomp partij

Eddy Determeyer omschreef mijn compositie, waar ik nu op terugkijk als een jeugdzonde, op rake wijze: ‘Addy Scheele’s compositie Krom hinkte in zoverre uit de maat dat het een kruising leek tussen een middeleeuwse bruiloftsmars en een herkenningsmelodie van een vijftiger-jaren televisieserie‘.

Samen met Joep Maessen bedacht ik ook nog een volstrekt onuitvoerbaar stuk of eigenlijk ‘impro enigma‘ dat bij mijn weten nooit is uitgevoerd. Het is illustratief voor de krampachtige pogingen in die tijd om andere vormen te vinden. We beseften niet dat de bestaande uitvoeringspraktijken niet op een dag bedacht zijn door individuen, maar in de loop van de tijd zijn ontstaan, verbeterd en veranderd door de praktijk. Zoiets heeft tijd nodig en dat kun je niet even naar je hand zetten.

Heeft de keizer wel kleren aan?

Tijdens het project Rok & Roltrap van componist/muzikant/performer Harry de Wit deden er naast het Workshop Orkest ook acteurs en danseressen mee. Het speelde zich af op verschillende locaties in de Groninger binnenstad. Op plekken als de bibliotheek (toen nog aan de Vismarkt), het stadhuis en de Herestraat gaven we een concert met het Workshop Orkest. Om van de ene locatie naar de andere te komen liepen we al spelend door het centrum (mijn Rhodes werd steeds door anderen met een bestelbusje naar de volgende speelplek gereden). Ik liep zelf, gehuld in een witte overall en met een strohoedje op, mee met de stoet en speelde ondertussen op een speelgoedpianootje. Iedereen speelde gewoon maar wat voor het vaderland weg. Zoiets heette collectieve improvisatie en dat klinkt interessant, maar in de praktijk komt het neer op chaotisch getoeter dat gauw verveelt of irritatie opwekt.

Terwijl ik daar zo liep, deel uitmakend van deze celebratie van de homo ludens, begon ik me af te vragen, of dit nou wel echt was wat ik wilde. Ik begon me een beetje te schamen voor het publiek dat zo lief en welwillend reageerde op onze klankenbrij. In Groningen zijn de mensen heel wat idioterie van studenten gewend en dat wordt meestal met een glimlach of hooguit een opgetrokken wenkbrauw geaccepteerd. Als iets ingewikkeld klinkt, en dat doet collectieve improvisatie zeker, dan zal er wel een slim plan of idee aan ten grondslag liggen, zag je de omstanders denken. En ik wist ondertussen dat het helemaal niets voorstelde en dat de keizer geen kleren aan had. Ik had geen zin meer om muzikaal te liegen; het werd daarom tijd om te stoppen met het Workshop Orkest.

                                                                 Impressies van het Rok & Roltrap project

          Met een speelgoedpianootje door de Herestraat                                    v.l.n.r. onbekend-Alan Laurillard-Harry de Wit      


In de bibliotheek v.l.n.r. Joep Maessen -Alan Laurillard                            v.l.n.r. Rob Kaptein-Addy Scheele-Kees Oosterwijk
Robert Veen-Sybolt de Haan-Kees Oosterwijk-Willie Veenkamp
Addy Scheele (het speelgoed pianootje staat op mijn Rhodes)
Rob Kaptein


v.l.n.r. Willie Veenkamp-Alan Laurillard-Sybolt de Haan                  v.l.n.r. Sybolt de Haan-Kees Oosterwijk, achter het stuur        Hans Bosch-Rob Kaptein                                                                                    Janneman (later van het Grand Theatre)

Back to the future

Met mijn Trio Wave speelde ik jazz en easy listening. In dat circuit hoorde ik ook pianisten als Lex Jasper en Roelof Stalknecht spelen. Het was voor mij onmogelijk om dat af te doen als ouderwets en passé. Integendeel. Ik constateerde dat die mannen op alle fronten zoals harmonie, timing, improvisatie, techniek, repertoire- en stijlkennis veel verder waren dan ik misschien ooit zou kunnen komen. Dus het perspectief op vooruitgang van mijn spel lag eerder in het verleden dan in de toekomst. Eigentijds was een betrekkelijk begrip voor me geworden. Ondertussen was me duidelijk geworden dat mijn fusionhelden Joe Zawinul en Herbie Hancock al veel verder waren als traditionele spelers, alvorens ze aan fusion of jazzrock waren begonnen.
Als ik werkelijk verder wilde komen, had ik nog veel stappen te zetten en zou ik de impro-weg moeten verlaten.
Na het Rok & Roltrap project heb ik nog een paar keer met Gronings Workshop Orkest gespeeld, zoals in het Bimhuis in Amsterdam en het opgenomen concert in Eenrum maar ik had toen eigenlijk al afscheid genomen.

Spin-offs

In 1978 wonnen we met de formatie Tune Up een finaleplaats op het Laren Jazzpodium.
Die formatie was een soort symbiose tussen het Gronings Workshop Orkest en mijn Trio Wave.

De trombonisten Joep Maessen en Wolter Wierbos wonnen op datzelfde podium ook een finaleplaats. Joep overleed helaas in 1983 bij een verkeersongeluk na een concert met De Springband van Willem van Maanen. Wolter behoort nog altijd tot de top van de Nederlandse avant-garde.

In de tijd dat ik bij het Workshop Orkest speelde, vormden we ook andere kleine formaties zoals het Alan Laurillard Quartet en het Ed Persery Quartet. Die laatste naam was verzonnen door de uitbater van jazzclub De Koffer omdat hij Addy Scheele Kwartet geen geschikte naam vond. Met die kleine bezettingen speelden we wel bebop stukken, althans we deden pogingen daartoe.
Alan is na 1978 nog een paar jaar doorgegaan met zijn workshopactiviteiten in Groningen en daarvoor heeft hij in 1982 de Boy Edgar prijs gekregen. De komst van zangeres/stemkunstenares Greetje Bijma leverde nationale en internationale successen op, toen ze als De Noodband met Greetje en een line-up van twee saxofonisten, twee basgitaristen en twee drummers gingen spelen.

Toch weer Fusion?

Dit alles heb ik op afstand meegekregen, omdat ik toen hoofdzakelijk met cabaretier Rients Gratama en het Kwartet John Eskes aan het werk was. Toen ik daar een poosje aan het werk was, bleek dat de muzikanten van Rients naast hun theaterwerk ook op gebied van fusion actief waren. Bij Omrop Fryslân speelden hun eigen composities tijdens de uitzendingen. Mijn voorganger Cees Bijlstra bleef dit nog een poosje zo doen en een jaar later mocht ik ook dat stokje van hem overnemen.

Keuzes

Terugkijkend heb ik geen spijt, dat ik een poosje in die impro-stroming heb rondgekeken en geëxperimenteerd. Van al je ervaringen neem je iets mee, wat je later bewust of onbewust gebruikt. Daarnaast was het Gronings Workshop Orkest ook een trefpunt van muzikanten van diverse pluimage die ik anders nooit had ontmoet. Alan Laurillard blijft één van die mensen die mij kansen boden om me te ontwikkelen en vooral om mijn eigen keuzes te maken.

Dit zijn de volledige opnamen van het concert van het Workshop Orkest Groningen in Tivolie Eenrum op 18-9-1977:

Addy Scheele · Gronings Workshop Orkest 18-9-1977