In 2013 was het winternummer, jaargang 29 van het kwartaalblad ‘n Sliepsteen geheel gewijd aan het Textiebeat festival. Op verzoek van de redactie mocht ik twee bijdragen leveren. Wein, Weib und Gesang versus Sex, Drugs en Rock&Roll, waarin ik mijn eigen belevenissen beschrijf met de band Ronal Four.

In Van Stadsveld naar Stockholm interview ik een paar bandleden van Teach-In met de nadruk op de periode vòòr het songfestival succes. De redactie wilde graag een stuk waarin de pionierfase van zo’n sixties band wordt geschetst. In die eerste versie van Teach-In heb ik 1969 zelf ook nog een paar maanden gespeeld als vervanger van de zieke basgitarist Frans Schaddelee. Zodoende kende ik de geinterviewden al uit die dagen. Een van de oprichters, zanger Henk Westendorp zat bij mij op de MULO en later op de HBS. Toen Teach-In nog maar net bestond en ze zelf nog geen geluidsapparatuur en instrumenten bezaten, mochten ze in speeltuingebouwtje op het Stadsveld als support-act optreden van de Ronal Four.

Van Stadsveld naar Stockholm

'Dames en heren, daarmee is dan vastgesteld dat het liedje Dinge Dong van Dick Bakker, Eddy Ouwens en Wil Luikinga, gezongen door Teach-In, Nederland zal vertegenwoordigen op het Eurovisiesongfestival in Stockholm.'
Aldus presentator Willem 'O.' Duys aan het einde van de rechtstreekse tvuitzending van het nationaal songfestival op 26 februari 1975 in de congreszaal van de Jaarbeurs te Utrecht.
Hoe het op 22 maart van datzelfde jaar in Stockholm afliep, is genoegzaam bekend. Het zou tot op de dag van vandaag toe de laatste keer zijn, dat Nederland een Eurovisiesongfestival wist te winnen.
Maar hoe is het eigenlijk ooit begonnen met de band Teach-In?
Op Wikipedia worden slechts drie zinnetjes gewijd aan het ontstaan van deze Enschedese groep en dan gaat het al snel over het succes in Zweden en de periode daarna. Daarom lijkt het interessant om eens contact te zoeken met de Teach-Inners van het eerste uur.

v.l.n.r. Koos Versteeg, Frans Schaddelee (†2010), Henk Westendorp (†1994), Hilda Claus-Felix, John Snuverink, Rudy Nijhuis.
Teach-In in 1969

John Snuverink, gitaar & zang, Hilda Claus-Felix, zang, en Koos Versteeg, orgel, piano, synthesizers & zang, reageren enthousiast en we spreken af om elkaar te treffen op zaterdagochtend 18 mei 2013 in Hotel Restaurant Rodenbach
oftewel voormalig 'Modern' aan de Parkweg in Enschede.
Drummer Rudy Nijhuis, die evenals Koos vanaf het begin tot en met het Eurovisie-succes en nog ver daarna in de band speelde, is helaas verhinderd. Bijna een halve eeuw later kijken we terug op een tijdperk waarin veel bands in Enschede op een vergelijkbare wijze als Teach-In ontstonden.
Tijdens het uitwerken van dit interview duikt er een opname op uit mei 1992 van een eerder opgenomen gesprek met de inmiddels overleden bandleden Frans Schaddelee, basgitaar, (†2010) en Henk Westendorp, zanger, (†1994) in het radioprogramma 'My Generation' op FM Enschede van Eduard Hanauer. 
Dit levert nog wat aanvullende feiten en quotes op die tevens in dit artikel zijn verwerkt.

Jan Vermeer ULO

Henk:
'Teach-In is ontstaan op de Jan Vermeer ULO in 1966, ik zat toen in de tweede klas en was dertien of veertien. Op het schoolplein kwam ik in gesprek met John Snuverink, die gitaar en accordeon speelde. We hadden het erover dat het leuk zou zijn om een bandje op te richten. Vanaf toen kwamen we bijna dagelijks bij elkaar over de vloer om muziek te maken.
Ik zal nooit vergeten dat hij zo'n dikke trom uit een drumband had, die je voor de buik moet hangen en met nog een pannetje erbij was dat dan het drumstel, zo begon dat.
Toen kwamen er nog wat andere jongens bij, waarvan ik de namen kwijt ben en daarmee hebben we ook nog eens opgetreden bij zaal Winkelman in Buurse. Dat is het eerste optreden van Teach-In geweest. Daarna kwam de neef van John, Koos Versteeg, erbij. Die speelde accordeon en er was ook nog een Jaap bij, die basgitaar speelde.'

Twee neven met een accordeon

John:
'Ik heb zeven jaar accordeonles gehad, maar eenmaal in de pubertijd aangeland vond ik een accordeon, lang haar en meisjes niet de ideale combinatie. Ik wou toen liever een orgel, maar omdat zoiets veel te duur was, ben ik gitaar gaan spelen. Die gitaar heb ik zelf moeten verdienen met allerlei karweitjes zoals tuintjes aanharken en auto's wassen voor een gulden.
Henk Westendorp en ik waren kameraden en hoewel dat accordeon- en gitaarspel toen nog niet veel voorstelde, zei ik op een goede dag tegen Henk:'Wij moeten een band oprichten'. Dat moet '65/'66 zijn geweest. Henk was meteen enthousiast: 'Dat doen we' en hij had er meteen al allerlei fantasieën bij en bedacht spontaan de naam Teach-In.
Dus wij zijn samen begonnen en hebben er nog allerlei andere jongens bij gehad, maar dat werd niet echt wat. Maar Henk en ik zijn continu bij elkaar gebleven. Toen bedacht ik me op een goede dag, dat ik nog een neef had die ook accordeon speelde en dat was Koos. Koos kwam erbij en die kende Rudy weer die een heus drumstel had. Toen we Rudy wilden vragen, hebben we hem nog opgespoord aan de Spoordijkstraat, want daar liep ie kranten te bezorgen. We hadden toen ook nog een bassist, maar dat ging niet zo goed. Dan moet je gewoon eerlijk zijn, want bij sommige mensen moet je er veel te veel tijd in steken.'

In de slaapkamer

Koos:
'Ik heb 4 à 5 jaar accordeonles gehad en zat samen met Hans Trentelman bij een accordeonorkest op het Twekkelerveld. Veel later heb ik nog pianoles van Harry van Hoof gehad. Wij probeerden, buiten dat orkest om, popmuziek van toen te spelen. Daar was geen bladmuziek van, dus wij moesten dat zelf uitzoeken en arrangeren. We noemden ons duo The Completes en daarmee hebben we ook nog opgetreden. Op een bepaald moment kregen we het idee om dat wat meer uit te gaan breiden. Hans kende Rudy en we zijn toen met z'n drieën gaan repeteren. Al snel ontstond de behoefte aan een bassist, want alleen accordeons en drums vonden we niet volledig. En opeens vroeg neef John mij om bij zijn band-in-wording te komen spelen.
Bij die eerste repetities van Teach-In in John's slaapkamer speelde ik nog op accordeon. Hans Trentelman deed toen ook nog mee op accordeon. Maar die hield er al vrij snel mee op omdat hij een heel ander repertoire wilde spelen.'

Bassistenruil

John:
'Uiteindelijk vonden we een capabele bassist die ook nog kon zingen, in de persoon van Herman Hanauer. Met hem hebben we een leuke tijd gespeeld. Maar plotseling als een donderslag bij heldere hemel wou Herman weer met zijn broer Eduard, zanger van The Rabbits, spelen. Toen hebben we stuivertje gewisseld. We hebben toen Frans Schaddelee, die bassist bij The Rabbits was, gevraagd om bij ons te komen. Die wou dat wel. Niet iedereen was daar even gelukkig mee, maar wij wel.'
Frans:
'Manager Henk Tukker beloofde mij, dat ze een nieuwe Fender basgitaar van 1600 gulden zouden aanschaffen, als ik bij Teach-In kwam spelen en daar had ik natuurlijk wel oren naar.'

Teach-In in 1968 v.l.n.r. John Snuverink, Herman Hanauer,
Henk Westendorp, Rudy Nijhuis, Koos Versteeg

Goed leren luisteren

Een vaak onderbelichte kant van popmuziek is de manier waarop je het repertoire leert spelen. Niet via bladmuziek, zoals bijvoorbeeld in de klassieke muziek. De enige bron die je tot je beschikking hebt, is een geluidsopname.
Het is dan zaak om heel goed en vooral analytisch te leren luisteren naar dit voorbeeld. Alle aspecten van een nummer moeten middels het gehoor uiteengerafeld worden: melodie, tekst, akkoorden, ritmiek, tempo, bastonen, vorm, arrangement en specifieke effecten. Dit vereist naast muzikaal talent veel geduld, doorzettings- en concentratievermogen. Tijdens de repetities en optredens wordt er dan ook nog het nodige geëist van de bandleden qua organisatie- en samenwerkingsvermogen. En dan niet onder leiding van een leraar of dirigent, zoals vroeger meestal het geval was.
De groepsdiscipline moet door de vaak jeugdige bandleden zelfstandig gecreëerd worden, anders komt er geen behoorlijk resultaat op het podium te staan. Hoe deden ze dat bij Teach-In?

Met de gitaar naar de kermis

John:
'We hadden geen pick-up of een bandrecorder, maar wel een radio en daar hoorden we de nummers die we wilden gaan spelen. Als je geluk had, dan zat dat plaatje bij cafetaria 'De Instuif' aan de Dennenweg in de jukebox. Daar gingen we dan heen, smeten er een kapitaal aan dubbeltjes in en draaiden steeds weer dat plaatje tot het ellendigst aan toe. Soms zijn we bijna de cafetaria uitgesmeten, zo zat waren ze van steeds maar datzelfde nummer. Henk noteerde de teksten op een blocnote en ik had dan mijn gitaar bij me om de akkoorden uit te zoeken. We gingen ook wel, gewapend met blocnote en gitaar, naar de kermis, want daar stond de Swingmill en daar werden ook veel actuele hits gedraaid.
We zeurden dan die exploitant de kop gek: 'Wilt u alstublieft dat en dat nummer nog een keertje draaien?'
En dan ging het van: 'Het eerste couplet hebben we.' Dat werd dan fonetisch opgeschreven, want onze kennis van het Engels was natuurlijk ook nog niet je dat. Vaak hadden we maar een vaag idee, waar we over stonden te zingen.
Ja, 'I love you' en 'Baby baby I need you' dat was natuurlijk wel duidelijk, maar veel verder ging ons benul niet. Je had toen wel van die tienerweekbladen waar wel eens een tekst in stond, maar meestal moesten we er toch maar achter zien te komen, wat er gezongen werd. Soms raadden we dan maar gewoon, wat de tekst was. Als je dan de akkoorden gevonden had, gingen we aan het werk. Ook het uitzoeken van de ritmische patronen deden we uit het hoofd. Je zat soms te tellen als een gek om erachter te komen, hoe dat ritmisch in elkaar stak. Een van de grootste problemen was bijvoorbeeld om tijdens het spelen ook het goede tempo van zo'n nummer te realiseren.
Te snel of te langzaam kan een nummer helemaal bederven. Vrijdags was vaak de Top Twintig op de radio en dan konden we nog even 'finetunen', dus alle details checken en eventueel nog wat veranderen.'

Free Sound Group

John en Koos:
'Onze grote voorbeelden waren allemaal Enschedese bands: The Buffoons, The Honest Men, The Ronal Four en The Rabbits. Dat waren de groepen die het meest bij onze stijl in de buurt kwamen en, net als wij, een gevarieerd
repertoire hadden met veel close harmony zang. Daarom noemden we ons ook een Free Sound Group.
Veel andere Enschedese bands waren gefocust op een bepaalde stijl of groep uit Engeland of Amerika en dat wilden wij niet. Landelijke voorbeelden hadden we niet of nauwelijks, want je hoorde in die tijd nooit Nederlandse bands close
harmony zingen. De hitparade bepaalde hoofdzakelijk onze repertoirekeuze. Wij waren heel bewust een commerciële band, omdat we nu eenmaal graag voor veel publiek speelden. Het fenomeen Top-40-orkest bestond in die dagen nog niet.
Maar eigenlijk waren wij dat toen al wel. Ons publiek wilde de hits horen en daar scoorden wij uiteindelijk mee.'
Henk:
'Men heeft ons daar ook altijd wel op aangekeken, dat wij erg commercieel waren. Waarschijnlijk waren wij wel de meest commerciële band van Enschede in die periode.'

Indiaantje spelen

John:
'Ik kom op een gegeven moment in de repetitieruimte en onze manager Henk Tukker had verkering met Yvonne Reuvers, dat was de zus van de manager van The Rabbits. In die tijd was een zangeres bij een band erg populair. Dat kwam door de successen van Shocking Blue. Tot mijn verbazing hoor ik Henk Tukkers zeggen:
'Ja, Yvonne gaat met ons mee zingen',
waarop ik zeg: 'Oh, nou laten we dat maar eens proberen dan. '
Met alle respect, het ging niet, ondanks dat het qua uiterlijk een leuke verschijning op het podium zou zijn, maar dat zingen was echt rampzalig. Dus dat werd niks.
Toen zei ik: 'Maar ik weet wel een zangeres.'
De anderen: 'Ja, wie dan?'
Ik zeg: 'Hilda'!
Ik ben op mijn brommer gestapt, naar Deppenbroek gereden waar Hilda woonde, en daar aangekomen zei ik tegen haar broer: 'Waar is Hilda?'
'Ja, die is indiaantje aan het spelen.'
Toen ik haar had gevonden zei ik: 'Jij moet meekomen.'
Hilda: 'Ja, wat moet ik dan?'
Ik: 'Jij moet zingen.'
Ik had haar horen zingen, omdat ik verkering had met haar zus. En dan zei ik wel eens voor de gein, zonder dat ik nog aan een rol voor haar in Teach-In dacht: 'Zing eens een tweede stem.' Nou, en dat deed ze dan gewoon goed.
Dus toen ik in die repetitieruimte kwam en die andere zangeres hoorde krakelen, dacht ik:
'Als er dan toch een zangeres bij moet komen, laat het dan alsjeblieft iemand zijn die zingen kan.'
Hilda:
'Ik ben al vroeg begonnen met zingen. Op de lagere school hadden we een onderwijzer die het muziek maken ook enorm stimuleerde. Ook heb ik vier jaar klassiek pianoles gehad bij een Amerikaanse privé-lerares. Bij ons thuis werd vroeger vaak gemusiceerd. Bij familiebezoek bijvoorbeeld, dan werd er gitaar gespeeld, gezongen en gedanst. Een broer speelde drums en de andere gitaar, net als mijn zuster.'
Frans:
'Hilda kwam op de repetitie en zong een nummer van Dusty Springfield. Wij waren meteen allemaal even enthousiast.
Door Hilda konden we toen ook veel meer nummers spelen, want veel hits werden door zangeressen gezongen.'

Ouders

Hilda:
'Ik was toen nog maar dertien jaar en daarom had mijn vader er aanvankelijk nog al wat bezwaren tegen, dat ik met zo'n band op pad zou gaan. Maar toen hem duidelijk werd, dat de vaders van John en Henk bij ieder optreden aanwezig waren en de boys van de band plechtig hadden beloofd dat ze zich netjes zouden gedragen, gaf hij uiteindelijk zijn toestemming.'
Henk:
'Die twee vaders zijn van onschatbare waarde voor de band geweest en waren mogelijk nog fanatieker dan de band zelf. Mijn vader werkte de hele week in Rotterdam en als hij op vrijdag aan het eind van de middag thuiskwam, dan moest ie vaak meteen de auto in om de installatie naar de plek van het optreden te brengen.'

                  v.l.n.r. Rudy Nijhuis, Hilda Claus, John Snuverink, Koos Versteeg, Frans Schaddelee, Henk Westendorp

John:
'De vader van Henk ging in het begin vaak mee, maar mijn vader was er altijd bij, omdat wij geen rijbewijs hadden als 16-17-jarigen. Die spullen moesten toch vervoerd worden en we hadden wel een oude bus, maar niemand had een rijbewijs.
Mijn ouders hebben ontzettend veel voor de band gedaan. Als 's avonds de club weer terug kwam, dan had mijn moeder de broodjes al gesmeerd, want dan lustten we wel wat. Ook op de repetities zorgde ze altijd voor koffie en iets erbij.'
Koos:
'Ja, Johns ouders hebben heel veel voor de band gedaan. Mijn ouders stonden ook wel positief tegenover de band, maar ze bemoeiden er zich totaal niet mee.'

Stroomversnelling

Teach-In is dan de jongste band in de Enschedese scene en het lukt Henk Westendorp en manager Henk Tukker om steeds meer optredens te boeken. Door het enthousiasme dat de band uitstraalt, en de kwaliteit van zang en muziek, krijgen ze ook een snel groeiende schare fans. Dit ontgaat ook de zaaleigenaren niet, waardoor er al gauw drie tot vier keer per week wordt
opgetreden. Niet alleen meer in Enschede, maar ook ver daarbuiten. Als er binnen een week twee talentenjachten worden gewonnen kunnen ze kiezen uit twee platenfirma's, Basf en CBS, die hen een contract aanbieden.

De keuze valt op CBS en onder leiding van gerenommeerde namen als Ruud Jacobs, Thijs van Leer en Rogier van Otterloo wordt in 1971 de eerste single Spoke The Lord Creator uitgebracht. Het wordt geen hit, maar de groep krijgt daardoor wel erkenning en waardering uit de professionele muziekwereld. Men blijft ervan overtuigd dat de band hitpotentie heeft.
Er worden nog wat platen gemaakt als semiprofband die echter ook niet in de hitlijsten komen. Henk, Koos en Rudy willen wel doorgaan als fulltime profs. Frans, John en Hilda kiezen toch liever voor een loopbaan buiten de muziek.
John Gaasbeek, Chris de Wolde en Getty Kaspers komen voor hen in de plaats. Het niveau wordt dan nog professioneler, waardoor de eisen aan muziek en zang te hoog blijken te zijn voor Henk. Als er een nieuw platencontract wordt getekend bij CNR en producer Eddy Ouwens zich niet alleen in de opnamestudio inzet, maar ook de promotie voortvarend ter hand neemt, is in 1974 de eerste toptiennotering met het nummer Fly Away al snel een feit.

Fly Away was letterlijk van toepassing op Henk Westendorp', aldus Eduard Hanauer in het eerder genoemde radio-interview.
Henk:
'Dat is inderdaad goed geformuleerd. Het was de laatste single waarop ik heb meegezongen, en het was meteen ook de eerste en grootste hit die Teach-In ooit gehad heeft. Alleen was het voor mij toen afgelopen. Zoiets overkomt je maar een keer in je leven. Dat zal me geen tweede keer gebeuren. Je ziet zo'n plaat stijgen in de hitparade en opeens hoor jij daar niet meer bij. En daarna kwam dat songfestival ook nog. Maar in die periode van Fly Away was er onderling al een verstandhouding van nul komma nul.'
Koos:
'Henk kon op een bepaald moment het niveau niet meer bijbenen, het werd allemaal veel professioneler. John Gaasbeek bracht veel muzikale bagage mee. Hij had veel kennis en daar heb ik ook in die tijd verschrikkelijk veel van geleerd.
Op het gebied van close harmony wist ik al wel het een en ander maar John kon dat, omdat hij conservatorium had, ook nog eens een keer theoretisch onderbouwen.'
Henk:
'In het begin moesten we soms twee gulden van ons zakgeld bijleggen om te kunnen optreden, anders konden we de geluidsinstallatie niet betalen. Als er toen soms een optreden niet doorging, kon je wel janken. En dan krijg je die periode dat je succes hebt en geld gaat verdienen. Op onverklaarbare wijze moet dan in een keer alles anders en wordt dit en dat niet meer geaccepteerd. Dat is niet alleen met Teach-In gebeurd, maar er zijn legio andere bands die je hetzelfde verhaal kunnen vertellen.'
Koos:
'Vlak daarna kwam Eddy Ouwens met het verhaal dat er drie artiesten of bands werden gezocht voor het nationale songfestival. De winnaar daarvan zou Nederland gaan vertegenwoordigen op het Eurovisiesongfestival in Stockholm.'

Hoe het daarna verder ging met Teach-In is algemeen bekend. Maar hoe verging het de band na het songfestival succes?

Bekend maakt onbemind

Waardoor viel het doek voor Teach-In in 1980?
Koos:
'In 1980 zijn Rudy en ik in een andere setting en zonder de naam Teach-In nog wel even doorgegaan als The All-In Band.
Dat was een coverband, een Top-40-orkest. We deden ook bruiloften en partijen en kozen er heel bewust voor om geen platen meer te maken en de naam Teach-In gewoon af te schaffen, want wij zaten toen met een probleem: als Teach-In hadden we drie maanden vol werk, tenminste als we een hit hadden. Hadden we geen hit, dan merkten we dat meteen in de agenda, zo afhankelijk waren we van die platen. We hebben best wel veel hits gescoord en waren veel in de publiciteit, maar we
waren daar ook heel erg van afhankelijk. Een hit: die maak je niet, dat is een lot uit de loterij. Dat hebben we vooral gemerkt met Regrets dat we als laatste nummer hadden opgenomen. Dat is grijsgedraaid voor de radio en daar is ontzettend veel promotie voor gemaakt, maar het publiek pikte het niet op, ondanks dat het een prachtig nummer was. (hetgeen Hilda, John en ik beamen) Maar, het publiek wilde het gewoon niet, en dat merkte je onmiddellijk in je agenda. Er waren in onze omgeving andere orkesten, die geen platen maakten, maar wel het hele jaar volgeboekt waren. Toen begon er bij ons, omdat we professionele muzikanten waren en ons brood moesten verdienen, iets te knagen, want wij wilden ook wel graag een volle agenda. Dus, we veranderden de naam in The All-In Band en we gingen door. Binnen de kortste keer waren wij ook het hele jaar volgeboekt en dat hebben we tot '84 volgehouden. Toen is het uit elkaar gevallen. Daarna ben ik zelf nog met de band Coco verdergegaan in een wat experimentelere bezetting met twee toetsenisten en een drumcomputer, want inmiddels speelde de synthesizer een belangrijke rol in de tachtiger jaren. Daar hebben we ook nog een jaar mee opgetreden. Misschien waren we wel de eerste groep die met een drumcomputer optrad.'

v.l.n.r Koos Versteeg, Robert Doelitzsch, Chris Broer,
Betty Vermeulen, Rudy Nijhuis, Gerrit Trip

En dan nu Debbie met 'Dinge Dong'

De procedure tijdens het nationale songfestival in 1975, gepresenteerd door de legendarische Willem O’ Duys, was als volgt:
Drie kandidaten kwamen elk met een eigen liedje. Eerst werd het winnende lied gekozen door een vakjury. Daarna moesten alle drie kandidaten diezelfde avond nog dit winnende liedje vertolken. Een publieksjury wees vervolgens aan wie het in Stockholm zou gaan zingen. Dit betekent dat er ook opnames gemaakt zijn van Dinge Dong zonder de vertrouwde en karakteristieke Teach-In sound. Zijn die dan nu nog ergens? Jawel, een zoektocht op YouTube levert de twee andere 'vergeten' versies op van Dinge Dong. Een door zangeres Debbie met een arrangement van Gerard Stellaard en een door Albert West in een arrangement van Job Maarse.